16/04/2025
Je ziet het pas als je het doorhebt: in de schaduw rechts zit een heertje met een hoge hoed een Goudse pijp te roken, met een pot bier naast zich. Een houten uithangbord geeft zijn locatie aan: herberg De Swaen. Aan de overkant kijkt een oude vrouw met een rond brilletje en een omslagdoek over de halve deur van haar vervallen winkelhuisje; nét Hans en Grietje. De jonge Anton Pieck zag in elk geval iets sprookjesachtig ouderwets in het tafereel, dat hij op een van zijn trektochten tekende en later verwerkte tot deze ets.
In 1919 lag de ‘sfeer van weleer’ overal nog aan de oppervlakte, door de vele oude, slecht onderhouden woningen die Nederland toen nog telde – en die na de Tweede Wereldoorlog zijn afgebroken of opgeknapt. In welke plaats dit is, weten we niet; herbergen die De Swaen heetten, waren vroeger talrijk. Een verwijzing naar de 'nathals', een grage drinker: De Swaen voert ieder kroeg, zowel in dorp als stad, Omdat hij altijt graag is met de bek in ’t nat.
© Anton Pieck, licensed by Orange Licensing BV, beschrijving Marie Baarspul