02/04/2026
De Pottebakster
Haar handen dansen op het wiel,
kleigrijs buigt zich naar haar wil.
Met zachte kracht, met vaste hand,
vormt zij schalen uit het zand.
De natte aarde, soepel, zacht,
wordt in haar vingers tot een kracht.
Een kruik, een schaal, een simpel vat,
door haar geduld tot kunst gemaakt.
Het vuur kust klei tot eeuwigheid,
glazuur glanst als een spiegeltijd.
Wat ooit slechts losse aarde was,
wordt tijdloos werk, gevormd met pas.
En als haar werk de oven vindt,
blikt zij terug, tevreden, blind—
want in elk stuk, hoe klein, hoe stil,
leeft háár verhaal, haar warme wil.