13/09/2024
’t Is weer bloembollentijd en over het verwilderen van Krokus bestaan wel wat onduidelijkheden en hoge verwachtingen, ik heb het eens uitgeplozen en geef het mee samen met mijn eigen ervaringen.
Veel soorten kunnen jarenlang goed standhouden en kunnen zich vegetatief vermeerderen door broedknollen te vormen. Maar standhouden is nog niet gelijk aan verwilderen. Om echt te kunnen verwilderen moet de soort zich ook kunnen uitzaaien en dat is niet zo eenvoudig.
Vaak ontbreken juiste bodemomstandigheden, waterhuishouding en maaibeheer. Ten eerste is het goed om te weten dat Krokus ondergronds, diep in de stengel zaden vormt en niet boven op de bloeistengel zoals de meeste planten dat doen. Pas enkele maanden nadat ze zijn uitgebloeid komt de zaaddoos naar boven en rijpen de zaden. Wie nog soorten kent die dezelfde strategie gebruiken, laat maar weten, ze bestaan vast maar ik ken ze niet.
Om die reden dus, ten tweede, is een aangepast maaibeheer nodig. In principe zou maaien eind mei al kunnen maar nog later maaien, de tweede helft van juni, geeft ook andere bloemen de kans om te bloeien en om zich uit te zaaien. Daarna kan je overschakelen op extensief gazonbeheer (begrazen of om de vier weken maaien) of een tweede maaibeurt in het najaar (‘hooigazon’ of ‘hooilandbeheer’ volgens Ger Londo in het boek ‘Tuin vol wilde planten’). Het is maar hoe je het zelf wil.
Bodem, ten derde. Om te verwilderen mag de bodem niet te schraal zijn, ze zaaien zich dan wel uit maar vegetatief vermeerderen en goed groeien zit er dan nauwelijks in. Te voedselrijk is ook niet goed want de zaailingen kunnen de concurrentie van grassen niet winnen. Een humeuze zandgrond is volgens mij ideaal, die kan voedsel en vocht voldoende vasthouden en laat toe dat zaden gemakkelijk kunnen kiemen.
Ik voel de vraag al komen dus ik heb even voor u opgezocht hoeveel humus dat dan wel moet zijn. 5 tot 8% organische stof is humeus voor zandgrond. Als laatste, ten vierde, is de waterhuishouding belangrijk. Net als veel andere bollen en knollen verdraagt Krokus geen stilstaand water in de winter en tijdens de groeiperiode, (traag) stromend water kan wel. Tijdens de rustperiode bij voorkeur droog maar een normale Belgische zomer overleeft hij wel.
Voilà, nu weet je meteen waarom we die massa’s bloembollen bijna nergens zien. Onder die voorwaarden kunnen sommige(!) Krokus -soorten zich vegetatief en generatief vermeerderen en gaan verwilderen. Dat, en een goede portie geduld. Krokus bloeit voor het eerst 3 tot 5 jaar na het zaaien. Wie vandaag plant heeft dus binnen ongeveer 5 jaar de eerste bloeiende zaailingen. Vegetatieve vermeerdering gaat sneller maar wil je prachtige tapijten zoals op de foto dan zal je toch serieus veel bollen zelf moeten planten.
En dan nog de juiste soorten. Een heel duidelijk overzicht komt uit een artikel van, opnieuw, Ger Londo, link naar het artikel staat onderaan. Er zijn eigenlijk maar drie soorten die het echt goed doen. Boerenkrokus (Crocus tommasinianus, Bonte krokus (Crocus vernus) en Vroege krokus (Crocus chrysanthus). Bonte en boerenkrokus doen het goed in zowel het (hooi)gazon als in het hooiland, Vroege krokus deed het vooral in hooigazon erg goed. Crocus speciosus (herfstkrokus) zou matig generatief en vegetatief uitbreiden. Mijn eigen ervaring in de tuin (veel te rijke zandleembodem, zoals een groot deel van Vlaanderen) is dat Boerenkrokus zich met moeite vegetatief voortplant, voor zaailingen is het nog te vroeg want ze staan er nog maar een vijftal jaar maar ik verwacht er niet veel van. Bonte krokus doet het goed maar ik heb voorlopig (na ruim 10 jaar) nog geen zaailingen gespot, ze houden dus stand en vermeerderen door broedknollen. Vroege krokus is verdwenen uit het zeer voedselrijke gazon maar op andere plaatsen vormt ze mooie pollen.
Zo, vanaf nu geen excuses meer. Je weet nu dat je massa’s goede aarde moet aanvoeren, hoe je de juiste soorten kiest en hoe je die moet gaan beheren. De komende lente wil ik bloemen zien, en veel!
https://www.stichtingoase.nl/doc/pdf/1997_voorjaar_welke-krokussoorten-zijn-geschikt-voor-verwildering.pdf